Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES Art. 11
Hoofdstuk 2 Bewapening en overige uitrusting
De korpsbeheerder kan in bijzondere, door het bevoegd gezag aangegeven situaties, een ambtenaar aanwijzen die tijdelijk mede wordt bewapend met:
a. een lange wapenstok; b. rookgranaten, gasgranaten of gashouders, of c. een pistoolmitrailleur met de daarbij behorende munitie.