Besluit bewapening en overige uitrusting politie BES Art. 24
Hoofdstuk 3 Keuring en certificering politiehonden
1 Aan een keuring van een combinatie van een geleider en een hond die bedoeld is om in te zetten bij aanhoudings- en ondersteuningswerkzaamheden, kunnen deelnemen ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 3, onder a en c, van de rijkswet die sedert ten minste twee jaar deze werkzaamheden uitvoeren en die zijn aangewezen als geleider.
2 De keuring van een combinatie van geleider en de hond die bedoeld is om in te zetten bij aanhoudings- en ondersteuningswerkzaamheden, geschiedt door de keuringscommissie voor die hond op basis van het keuringsreglement.
3 Het keuringsreglement voor de hond die bedoeld is om in te zetten bij aanhoudings- en ondersteuningswerkzaamheden, bevat ten minste de volgende eisen: a. volgzaamheid en gehoorzaamheid aan de geleider; b. het kunnen participeren in procedures temidden van de ambtenaren die zijn belast met aanhoudings- en ondersteuningswerkzaamheden; c. het onder bepaalde omstandigheden, op een bepaalde afstand, niet hoorbaar zijn; d. de vaardigheid in het kunnen nemen van alle hindernissen die voor een goed functioneren in de praktijk noodzakelijk zijn; e. het vermogen om op commando van de geleider geweld tegen derden toe te passen en te beëindigen.
4 De hond wordt gedurende de keuring geleid door zijn geleider.
5 Indien de keuring niet met goed gevolg wordt afgelegd, bestaat de mogelijkheid van maximaal twee herkansingen.