Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES · Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES Art. 44
§ 1 Aanvang van het geding
1 Het bezwaarschrift houdt in: a. de naam en de woonplaats van degene die bezwaar inbrengt, en, indien hij een vertegenwoordiger of gemachtigde heeft, ook van deze; b. een duidelijke omschrijving van de beschikking, de handeling of weigering waartegen het bezwaar is gericht; c. de gronden waarop het bezwaar berust; d. een bepaalde vordering; in zover ter zake van de aangevallen handeling schadevergoeding gevorderd wordt, het bedrag.
2 In het bezwaarschrift moet door de klager tevens woonplaats gekozen worden in het Caribische deel van het Koninkrijk.
3 Het bezwaarschrift moet zijn ondertekend door de klager of diens vertegenwoordiger of gemachtigde, doch kan in de gevallen omschreven in artikel 1 van de Wet ambtelijke bijstand verzoekschriften BES worden ingediend door tussenkomst van de daarin bedoelde ambtenaren.
4 De in te dienen bezwaarschriften worden opgemaakt overeenkomstig het model vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur.