Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES · Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES Art. 69
§ 3 Openbare behandeling
1 De getuigen en deskundigen zullen zich zonder verlof van de rechter niet van een schriftelijk opstel mogen bedienden.
2 Zij geven vóór de aanvang van hun verhoor hun namen, voornamen, beroepen en woonplaatsen op, alsmede of zij echtgenoot, bloed- of aanverwant zijn van een der partijen en zo ja, in welke graad en doen, alvorens hun verklaringen af te leggen, in handen van de rechter de eed of de belofte: de getuigen, dat zij zullen zeggen de gehele waarheid en niets dan de waarheid; de deskundigen dat zij verslag zullen doen naar hun geweten.
3 De rechter kan bevelen, dat bepaalde personen zullen worden gehoord zonder het afleggen van eed of belofte.
4 Zullen niet anders dan buiten ede kunnen worden gehoord: a. zij die de volle ouderdom van vijftien jaren niet hebben bereikt; b. zij, die wegens ziekelijke storing der verstandelijke vermogens onder curatele of op rechterlijke machtiging in bewaring zijn gesteld, al hebben zij bij tussenpozen het gebruik dier vermogens.