Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a · Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a
Burgerlijk Wetboek BES Boek 7a Art. 1611
Afdeling 4 Bijzondere bepalingen inzake de huur van landerijen
De huurder wiens huur eindigt, en hij welke hem in de huur opvolgt, zijn verplicht elkander over en weder met al datgene te gerieven, dat vereist wordt om het verlaten en het betrekken van de zaak gemakkelijk te maken, zo wat betreft de bebouwing voor het volgende jaar, het inoogsten der nog te velde staande vruchten, als anderszins; alles overeenkomstig het plaatselijk gebruik.