Regeling vergoeding vervoermiddelen 1950 BES · Regeling vergoeding vervoermiddelen 1950 BES
Regeling vergoeding vervoermiddelen 1950 BES Art. 7
1 De uitbetaling van de vergoedingen bedoeld in artikel 1 geschiedt op door belanghebbenden in drievoud ingediende declaraties. Bij deze declaraties moeten in tweevoud worden gevoegd de door betrokkene opgemaakte rittenbriefjes.
2 De declaraties moeten vermelden: a. de K.M.-standen van de gebruikte auto aan het begin en aan het einde van elke maand; b. het adres van de betrokken ambtenaar: c. de afstand van woonhuis naar kantoor of werkplaats ;
3 De rittenbriefjes moeten vermelden: a. het doel der gemaakte rit; b. het begin- en het eindpunt van de gemaakte rit; c. voor elke rit: het aantal kilometers ten behoeve van de dienst afgelegd.
4 De verklaring van oplevering wordt door het betrokken diensthoofd getekend, nadat deze de declaratie behoorlijk heeft gecontroleerd.
5 De derde exemplaren van de door het Departement van Openbare Werken, de Landsradio- en Telefoondienst en de Landswatervoorzieningsdienst betaalde declaraties wegens kilometergelden, moeten, vergezeld van de duplicaten van de rittenbriefjes, terstond worden toegezonden aan de Administrateur van Financiën.
6 Het bevoegd gezag is bevoegd nadere voorschriften te geven omtrent het opmaken of het invullen van declaraties of rittenbriefjes.
7 Voorzover het bevoegd gezag het nodig oordeelt inlichtingen te vragen omtrent de bij hem ingezonden declaraties en/of rittenbriefjes worden deze door de diensthoofden verstrekt.