Uitvoeringsbesluit WEB BES · Uitvoeringsbesluit WEB BES
Uitvoeringsbesluit WEB BES Art. 3Berekening rijksbijdrage beroepsonderwijs
1 Onze Minister berekent het bedrag van de te verstrekken rijksbijdrage voor de beroepsopleidingen per instelling volgens de formule (p1 x q1) + (p2 x q2). In deze formule wordt verstaan onder: p1: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per student in de beroepsopleidende leerweg; q1: het aantal studenten in de beroepsopleidende leerweg dat op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft daadwerkelijk een beroepsopleiding volgt aan de desbetreffende instelling; p2: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag per student in de beroepsbegeleidende leerweg; q2: het aantal studenten in de beroepsbegeleidende leerweg dat op 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de rijksbijdrage betrekking heeft daadwerkelijk een beroepsopleiding volgt aan de desbetreffende instelling.
2 Indien de aanspraken het beschikbare budget voor het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2 , overschrijden, wordt de rijksbijdrage voor de beroepsopleidingen per instelling naar evenredigheid verlaagd.
3 Indien het beschikbare budget voor het beroepsonderwijs, bedoeld in artikel 2 , hoger is dan de berekende rijksbijdrages voor de beroepsopleidingen per instelling gezamenlijk, kan de rijksbijdrage voor de beroepsopleidingen worden verhoogd.
4 De op grond van het eerste lid berekende rijksbijdrage kan worden aangepast in verband met uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen.
5 De hoogte van de rijksbijdrage voor de instelling wordt uiterlijk op 1 september van het jaar waarvoor de rijksbijdrage is verstrekt, vastgesteld.
Historique des modifications
- In werking sinds 2021-10-01