Beleidsregel van de Stichting Nationale en Internationale We Art. 5
Paragraaf 1 Voordelen uit strafbare feiten
Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 4 , kunnen in ieder geval worden aangemerkt:
1. De commune delicten uit het Wetboek van Strafrecht : a. deelneming aan een criminele organisatie ( 140 WvSr ), voor zover het betreft organisaties die zich schuldig hebben gemaakt aan de in dit artikel genoemde feiten; b. omkoping van of dwanguitoefening op een ambtenaar, bestuurder of beëdigde beambte ( 177 , 179 , 183 lid 1 WvSr ); c. omkoping van een rechter ( 178 WvSr ); d. het illegaal te werk doen stellen van zich onrechtmatig in Nederland bevindende personen ( 197b WvSr ); e. valsheid in geschrifte ( 225-227 , 230 WvSr ); f. mensenhandel, specifiek het vervoeren van personen die worden bewogen tot seksuele handelingen met derden tegen betaling ( 250a, eerste lid, onder 2 WvSr ); g. mensenroof ( 278 WvSr ); h. slavenhandel ( 276 WvSr ); i. schaking ( 281 WvSr ); j. wederrechtelijke vrijheidsberoving ( 282 , 283 WvSr ) en gijzeling ( 282a WvSr ); k. diefstal en diefstal met geweld ( 310 , 312 WvSr ); l. afpersing ( 317 WvSr ) en afdreiging ( 318 WvSr ); m. verduistering ( 321 WvSr ) en beroepshalve verduistering ( 322 WvSr ); n. oplichting ( 326 WvSr ) en betalingsbedrog ( 326a WvSr ); o. verzekeringsoplichting ( 328 WvSr ); p. oneerlijke mededinging door misleiding ( 328bis WvSr ); q. de aflevering van vervalste voedselwaren en geneesmiddelen ( 330 WvSr ) en het plegen van bedrieglijke handelingen bij de levering van materialen ( 331, tweede lid WvSr ); r. het in-, door- of uitvoeren, afleveren en in voorraad hebben van valse waren of merken ( 337, eerste lid, WvSr ), in het bijzonder het plegen beroepshalve (337, tweede WvSr); s. bankbreuk ( 340 WvSr ) en bedrieglijke bankbreuk ( 341 WvSr ); t. opzetheling ( 416 WvSr ) en schuldheling ( 417bis WvSr ); u. de medeplichtigheid aan of poging tot het begaan van onder b tot en met t genoemde strafbare feiten. 2. De delicten uit de Wet wapens en munitie : Het vervoeren, doen binnenkomen of doen uitgaan van wapens van categorieën I, II en III ( 13, eerste lid ; 22, eerste lid, WWM ). 3. De delicten uit de Opiumwet : a. het importeren, exporteren, bereiden, telen, bewerken, verwerken, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben van verboden middelen ( 2, eerste lid, onder A, B, C en D en 3, eerste lid, onder A, B, C en D van de Opiumwet ); b. het medeplichtig zijn aan of op enigerlei wijze behulpzaam zijn bij de onder a bedoelde handelingen ( 10a, eerste lid Opiumwet ). 4. De delicten uit de Algemene wet inzake rijksbelastingen : a. het opzettelijk of met grove schuld ontduiken van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting , Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen ( artikelen 67, sub e, Awr ); b. het opzettelijk of met grove schuld niet of niet tijdig betalen van belasting die een rechtspersoon verplicht is af te dragen op grond van de Wet op de omzetbelasting , Wet op de inkomstenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen ( artikelen 67, sub f, Awr ). 5. De delicten uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen : a. het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid , te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel a ( artikel 4, WVGS ); b. het is verboden de handelingen, bedoeld in artikel 2, eerste lid , te verrichten ten aanzien van gevaarlijke stoffen en vervoermiddelen die zijn aangewezen ingevolge artikel 3, onderdeel b , anders dan met inachtneming van de in dat onderdeel bedoelde regels ( artikel 5, WVGS ).