Regeling routerings- en meldingssystemen voor schepen in vol Art. 3Gebruik van het routeringssysteem Noord Hinder – Duitse Bocht
§ 2 Routeringssysteem Noord Hinder – Duitse Bocht
1 Het routeringssysteem zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze regeling of een deel daarvan wordt gevolgd indien wordt gevaren: a. van Noord Hinder naar de Baltische of Noordzeehavens van Noorwegen, Zweden, Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland of Nederland ten noorden van de drieënvijftigste Noorderbreedtegraad en omgekeerd; b. tussen Noordzeehavens van Nederland of de Bondsrepubliek Duitsland, tenzij het aangrenzende havengebieden betreft; c. tussen het Verenigd Koninkrijk of continentale Noordzeehavens ten zuiden van de drieënvijftigste Noorderbreedtegraad en de Scandinavische of Baltische havens; en d. tussen Noord Hinder, het Verenigd Koninkrijk of continentale Noordzeehavens ten zuiden van de drieënvijftigste Noorderbreedtegraad en laad- en losinstallaties voor olie op zee en aan de wal in het Noordzeegebied.
2 Het eerste lid, onderdeel d, is niet van toepassing indien wordt gevaren tussen havens aan de oostelijke kust van het Verenigd Koninkrijk, inclusief de Orkney en Shetland eilanden.