Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgan Art. 16
§ 5 Rechtspositie
1 Een lid of gewezen lid van de klachtencommissie respectievelijk een vertrouwenspersoon of gewezen vertrouwenspersoon ondervindt in zijn positie als medewerker geen nadeel van zijn activiteiten in het kader van voorkoming en bestrijding van ongewenste omgangsvormen.
2 Een klager ondervindt in zijn positie als medewerker geen nadeel van het te goeder trouw indienen van een klacht.