Besluit kwaliteitseisen curatoren, beschermingsbewindvoerder Art. 4
Eisen omtrent de omgang met de betrokkene
1 De curator gaat bij zijn taakvervulling uit van de levensovertuiging, godsdienstige gezindheid en culturele achtergrond van de onder curatele gestelde.
2 De curator bevordert, waar mogelijk, de zelfredzaamheid van de onder curatele gestelde.
3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op bewindvoerders en mentoren.