Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies · Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies
Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies Art. 3.25.3Hoogte subsidie
Titel 3.25 High-performance computing-projecten (HPC-projecten)
1 De subsidie voor een Nederlands HPC-project bedraagt: a. voor economische activiteiten die worden uitgevoerd op grond van de horizon Europa verordening als bedoeld in artikel 3.25.2, tweede lid, onderdeel a : een bedrag dat gelijk is aan de subsidie die door het financieringsorgaan verstrekt wordt op grond van de Europese subsidieovereenkomst, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie; b. voor economische activiteiten die worden uitgevoerd op grond van de CEF-verordening of de digitaal Europa verordening als bedoeld in artikel 3.25.2, tweede lid, onderdeel b : 1°. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op fundamenteel onderzoek; 2°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op industrieel onderzoek; 3°. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op experimentele ontwikkeling; 4°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie; 5°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur; 6°. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur; 7°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op de bouw of het upgraden van een innovatiecluster dan wel het beheer of de exploitatie hiervan; c. voor niet-economische onderzoeksactiviteiten die worden uitgevoerd op grond van de CEF-verordening, de digitaal Europa verordening of horizon Europa verordening als bedoeld in artikel 3.25.2, tweede lid, onderdeel c : 100% van de subsidiabele kosten.
2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, worden verhoogd met: a. 10 procentpunten, indien de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een middelgrote onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, een haalbaarheidsstudie of de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, 3°, 4° of 6°; b. 20 procentpunten, indien de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een kleine onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, een haalbaarheidsstudie of de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, 3°, 4° of 6°; c. 15 procentpunten, indien de subsidiabele kosten betrekking hebben op industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2° of 3°, en voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b, onder i of ii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, met dien verstande dat door deze ophoging het totale subsidiepercentage voor de subsidiabele kosten niet meer kan bedragen dan 80 procent van deze subsidiabele kosten; d. 10 procentpunten, indien de subsidiabele kosten betrekking hebben op de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur dan wel de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 5° of 6°, en voldaan is aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 26, zesde lid, tweede volzin, respectievelijk artikel 26 bis, zesde lid, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
3 De subsidie bedraagt: a. 550.000 per Nederlands HPC-project, indien het Nederlandse HPC-project betrekking heeft op het deelgebied ‘National Competence Centers’, bedoeld in artikel 3.25.2, eerste lid, onderdeel a ; b. € 6.395.320 per Nederlands HPC-project, indien het Nederlandse HPC-project betrekking heeft op het deelgebied ‘Quantum Computers’, bedoeld in artikel 3.25.2, eerste lid, onderdeel b ; c. € 3.200.000 per Nederlands HPC-project, indien het Nederlandse HPC-project betrekking heeft oop het deelgebied ‘Centers of Excellence and Lighthouse codes’, bedoeld in artikel 3.25.2, eerste lid, onderdeel c ; d. € 1.000.000 per Nederlands HPC-project, indien het Nederlandse HPC-project betrekking heeft op het deelgebied ‘Quantum Machine Learning’, bedoeld in artikel 3.25.2, eerste lid, onderdeel d .
4 Bij de toepassing van artikel 6, eerste lid, van het besluit worden bij het verlenen van subsidie op basis van deze titel de financiële bijdragen van de Europese Commissie, het financieringsorgaan of andere bestuursorganen aangemerkt als publieke cofinanciering en buiten beschouwing gelaten: a. indien de totale som van de door de minister, de Europese Commissie, het financieringsorgaan of andere bestuursorganen verstrekte subsidie voor de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, niet hoger ligt dan 100% van de subsidiabele kosten of, voor zover van toepassing, het maximum percentage of het bedrag dat is opgenomen in het toepasselijke werkprogramma; en b. indien het economische activiteiten betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, en het deel van de door de minister of andere bestuursorganen verstrekte subsidie niet meer bedraagt dan de toepasselijke drempelbedragen of percentages van de subsidiabele kosten en, voor zover van toepassing, voldaan wordt aan de aan de ophoging verbonden voorwaarden, die zijn opgenomen in de volgende bepalingen van de algemene groepsvrijstellingsverordening: 1°. voor fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a: de artikelen 4, eerste lid, onderdeel i, onder ix, en 25 quater, derde, vierde en vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; 2°. voor fundamenteel onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°: de artikelen 4, eerste lid, onderdeel i, onder i, en 25, vijfde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; 3°. voor industrieel onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 2°: de artikelen 4, eerste lid, onderdeel i, onder ii, en 25, vijfde en zesde lid, onderdelen a of b, onder i of ii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; 4°. voor experimentele ontwikkeling, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 3°: de artikelen 4, eerste lid, onderdeel i, onder iii, en 25, vijfde en zesde lid, onderdelen a of b, onder i of ii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; 5°. voor een haalbaarheidstudie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 4°: de artikelen 4, eerste lid, onderdeel i, onder vi, en 25, vijfde en zevende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; 6°. voor de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 5°: de artikelen 4, eerste lid, onderdeel j, en 26, zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; 7°. voor de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 6°: de artikelen 4, eerste lid, onderdeel j bis, en 26 bis, vijfde en zesde lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; 8°. voor de bouw of het upgraden van een innovatiecluster dan wel het beheer of de exploitatie hiervan, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 7°: de artikelen 4, eerste lid, onderdeel k, en 27, zesde respectievelijk negende lid, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
Historique des modifications
- In werking sinds 2026-10-16