Bibliothèque juridique et analyse de dossiers · Autriche · Belgique · Union européenne
LAWxPERT Connexion Compte gratuit

Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies · Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies

Regeling nationale EZ-, LVVN- en KGG-subsidies Art. 3.27.3Hoogte subsidie

Titel 3.27 Important Projects of Common European Interest (IPCEI)

En vigueurTexte officiel

1 De subsidie voor een Nederlands belangrijk project bedraagt: a. voor activiteiten van een directe partner als bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel a : het in het Europees goedkeuringsbesluit opgenomen percentage van de nominale financieringskloof, voor zover de kosten betrekking hebben op de activiteiten, bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel a; b. voor economische activiteiten van een onderneming als bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel b : 1°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek door een onderneming; 2°. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling door een onderneming; 3°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie door een onderneming; 4°. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur door een onderneming; 5°. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze subsidiabele kosten betrekking hebben op de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur; 6°. 10% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op uitbreidingsinvesteringen door een middelgrote onderneming; 7°. 20% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op uitbreidingsinvesteringen door een kleine onderneming; c. voor niet-economische onderzoeksactiviteiten van een onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel c : 80% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op onafhankelijk industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie door een onderzoeksorganisatie.

2 De percentages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, worden verhoogd met: a. 10 procentpunten, indien de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een middelgrote onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, een haalbaarheidsstudie of de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2°, 3° of 5°; b. 20 procentpunten, indien de subsidiabele kosten worden gemaakt en betaald door een kleine onderneming voor het uitvoeren van industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling, een haalbaarheidsstudie of de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1°, 2°, 3° of 5°; c. 10 procentpunten, indien de subsidiabele kosten betrekking hebben op industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 1° of 2°, en voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b, onder i of ii, van de algemene groepsvrijstellingsverordening; d. 10 procentpunten, indien de subsidiabele kosten betrekking hebben op de bouw of het upgraden van test- en experimenteerinfrastructuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, onder 5°, en voldaan is aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 26 bis, zesde lid, onderdeel b, van de algemene groepsvrijstellingsverordening.

3 De subsidie bedraagt: a. voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdeel a : ten hoogste het maximum subsidiebedrag dat voor de desbetreffende directe partner voor deze activiteiten is opgenomen in het Europees goedkeuringsbesluit; b. voor economische activiteiten en niet-economische onderzoeksactiviteiten van een onderneming respectievelijk onderzoeksorganisatie als bedoeld in artikel 3.27.2, tweede lid, onderdelen b of c , ten hoogste: 1°. € 15.000.000 per subsidieaanvrager in het desbetreffende Nederlandse belangrijke project, voor zover de activiteiten bestaan uit industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling door een onderneming of onderzoeksorganisatie; 2°. € 7.500.000 per subsidieaanvrager in het desbetreffende Nederlandse belangrijke project, voor zover de activiteiten bestaan uit een haalbaarheidsstudie door een onderneming of onderzoeksorganisatie; 3°. € 15.000.000 per subsidieaanvrager in het desbetreffende Nederlandse belangrijke project, voor zover de activiteiten bestaan uit de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur door een onderneming; 4°. € 7.500.000 per subsidieaanvrager in een Nederlands belangrijk project, voor zover de activiteiten bestaan uit de bouw of het upgraden van onderzoeksinfrastructuur dan wel test en experimenteerinfrastructuur door een onderneming binnen een Nederlands belangrijk project op het deelgebied ‘onderzoek en ontwikkeling van kunstmatige intelligentietechnologieën’, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel c ; 5°. € 7.500.000 per subsidieaanvrager in het desbetreffende Nederlandse belangrijke project, voor zover de activiteiten bestaan uit uitbreidingsinvesteringen door een middelgrote of kleine onderneming.

4 Onverminderd de maximumsubsidiebedragen per activiteit, bedoeld in het derde lid, bedraagt de subsidie: a. indien het een Nederlands belangrijk project op het deelgebied ‘algemene en pre-commerciële ontwikkeling van geavanceerde halfgeleidertechnologieën’ als bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel a , betreft: ten hoogste € 50.000.000 per subsidieaanvrager in het desbetreffende Nederlandse belangrijke project; b. indien het een Nederlands belangrijk project op het deelgebied ‘onderzoek en ontwikkeling van geavanceerde halfgeleidertechnologieën’, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel b , betreft: ten hoogste € 15.000.000 per Nederlands belangrijk project; c. indien het een Nederlands belangrijk project op het deelgebied ‘onderzoek en ontwikkeling van kunstmatige intelligentietechnologieën’, bedoeld in artikel 3.27.2, eerste lid, onderdeel c , betreft: ten hoogste € 60.000.000 per Nederlands belangrijk project.

Historique des modifications
  • In werking sinds 2026-10-01