Vrijstellingsregeling afwijkend gebruik frequentieruimte EOD Art. 5
1 De apparatuur die wordt gebruikt voor het afwijkend gebruik van de frequentieruimte voldoet aan de volgende eisen: a. de apparatuur is voorzien van een inrichting waarmee het uitgezonden vermogen kan worden geregeld; b. de apparatuur is geregistreerd bij de minister.
2 De apparatuur waarmee een afwijkend gebruik van de frequentieruimte is toegestaan, wordt opgeslagen op een door het hoofd van de EODD aangewezen centrale plaats van de EODD.