Besluit Orgaanbeschrijving Regionale Service Organisaties 20 Art. 3Hoofd RSO
1 Een RSO staat onder leiding van een Hoofd RSO. Het Hoofd RSO geeft leiding aan diegenen die bij de RSO werkzaam zijn.
2 Het Hoofd RSO is voor zijn taakuitoefening en die van zijn RSO verantwoording schuldig aan DBV en aan directeuren betreffende hun specifieke taakgebieden.
3 Het Hoofd RSO is gehouden aanwijzingen op te volgen en vragen te beantwoorden van DBV en van directeuren betreffende hun specifieke taakgebieden.
4 Het Hoofd RSO kan gevraagd en ongevraagd adviezen geven aan DBV, directeuren en CdP’s aangaande de goede uitvoering van de bedrijfsvoeringstaken en de consulaire taken.
5 Het Hoofd RSO informeert periodiek: a. PSG en DBV over de voortgang van de werkzaamheden die de RSO verricht; b. de directeuren over de voortgang van de werkzaamheden die de RSO op hun specifieke beleidsterrein verricht; c. de betrokken CdP’s over de voortgang van de werkzaamheden die het RSO voor of in relatie tot hun posten verricht.
6 Het Hoofd RSO kan medewerkers van posten aanwijzingen geven betreffende de wijze waarop zij medewerking moeten verlenen aan de taken die aan het RSO zijn opgedragen.