Regeling vertrouwenspersonen integriteit en ongewenste omgan Art. 1
§ 1 Algemene bepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. de minister: de Minister van Financiën; b. het ministerie: het Ministerie van Financiën, met uitzondering van de Belastingdienst; c. EC O&P: Het Expertisecentrum Organisatie en Personeel, onderdeel van de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; d. medewerker: degene die werkzaamheden verricht of heeft verricht bij het ministerie, ingeval van het melden van het vermoeden van een misstand als ambtenaar in de zin van het Algemeen Rijksambtenarenreglement , alsmede degene die solliciteert of heeft gesolliciteerd naar een functie bij het ministerie; e. het Besluit: het Besluit melden vermoeden van misstand bij Rijk en Politie ; f. vermoeden van een misstand: een vermoeden als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder e, van het Besluit ; g. ongewenste omgangsvormen: factoren van direct of indirect onderscheid in de arbeidssituatie die stress teweeg brengen, met inbegrip van intimidatie, seksuele intimidatie, agressie, geweld en pesten; h. de melding: het zich wenden tot de vertrouwenspersoon in verband met ongewenste omgangsvormen; i. de melder: de medewerker die zich in verband met ongewenste omgangsvormen tot de vertrouwenspersoon heeft gewend; j. klacht: schriftelijke klacht over ongewenste omgangsvormen; k. vertrouwenspersoon: de in artikel 3 bedoelde, als zodanig aangewezen persoon; l. commissie: de in artikel 8 bedoelde klachtencommissie.