Regeling bewapening BavPol BES · Regeling bewapening BavPol BES
Regeling bewapening BavPol BES Art. 4
De door de directeur van de Justitiële Inrichting Caribisch Nederland aangewezen ambtenaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Geweldsinstructie BES , die bij inwerkingtreding van deze regeling reeds over een machtiging tot het dragen van een wapen beschikken als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder 5°, van de Vuurwapenwet BES , mogen in afwijking van artikel 2 van deze regeling, tijdens de uitoefening van hun dienst een wapen als genoemd in artikel 3 bij zich hebben, mits:
a. dit past binnen één van de bevoegdheden als omschreven in de artikelen 2, tweede en derde lid , 3, eerste en tweede lid , 4 , 5 , 6 , 7 en 8 van de Geweldsinstructie BES , en b. deze ambtenaren geoefend zijn in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten , alsmede gelegenheid hebben gekregen tot het volgen van training als bedoeld in artikel 3 van de Regeling toetsing geweldsbeheersing buitengewoon opsporingsambtenaar en ambtenaren van bijzondere opsporingsdiensten .