Regeling aanvraag- en veilingprocedure kavels B27 en B31 Art. 19
Paragraaf 5 De veiling
1 De minister bepaalt wanneer de biedronden van de veiling plaatsvinden en de duur van die biedronden.
2 Een deelnemer is onvoorwaardelijk en onherroepelijk aan zijn bod gebonden.
3 Indien een deelnemer in een biedronde of verlengde biedronde, bedoeld in artikel 20, eerste lid , geen bod uitbrengt, is de betreffende deelnemer, behoudens de situatie bedoeld in artikel 25 , niet gerechtigd in de volgende biedronden een bod uit te brengen.