Bestuursreglement Politieacademie · Bestuursreglement Politieacademie
Bestuursreglement Politieacademie Art. 4Taakverdeling en onderlinge werkwijze directeur – plaatsvervangend directeur
1 De Politieacademie heeft een directeur en een plaatsvervangend directeur. Zij worden benoemd, geschorst en ontslagen bij koninklijk besluit.
2 De plaatsvervangend directeur beschikt niet over eigen bevoegdheden; hij of zij oefent de bevoegdheden namens de directeur uit en stelt daarvan de directeur op de hoogte.
3 De directeur en zijn plaatsvervanger komen een onderlinge taak- en portefeuilleverdeling overeen, onverminderd de verantwoordelijkheid van de directeur. Zij streven naar onderlinge consensus bij de uitoefening van hun taken; als consensus ontbreekt, beslist de directeur.
4 Als de functie van directeur vacant is, dan treedt de plaatsvervangend directeur tijdelijk in diens plaats in afwachting van de benoeming van een nieuwe directeur.
5 De directeur en plaatsvervangend directeur houden minimaal twee keer per maand directie-overleg en de directeur neemt ter vergadering de benodigde besluiten. Besluiten die buiten vergadering zijn genomen, worden in de eerstvolgende vergadering bekrachtigd.
6 De directie-overleggen worden aan de hand van een vooraf opgestelde agenda door de directeur geleid.