Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Art. 8.20Moties
§ 8.2 De beraadslaging
1 Ieder lid dat het woord voert, kan daarbij, alleen of met andere leden, over het in behandeling zijnde onderwerp moties indienen. Het lid leest de tekst van zijn moties voor.
2 De moties moeten kort en duidelijk zijn geformuleerd, op schrift zijn gebracht en zijn ondertekend.
3 Een lid kan gedurende zijn eerste termijn geen moties indienen, tenzij: a. de Kamer daarvoor toestemming geeft; of b. wordt beraadslaagd over een verslag van een commissiedebat of schriftelijk overleg.
4 De beraadslaging over moties vindt plaats bij de beraadslaging over het onderwerp waarover de motie is ingediend, tenzij de Kamer anders besluit.
5 De eerste ondertekenaar kan de motie wijzigen of intrekken totdat erover is gestemd.