Regeling specifieke uitkering tweede tranche voor huisvestin Art. 7Afwijzingsgronden
1 De minister wijst een aanvraag voor een specifieke uitkering af indien: a. de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde regels; b. de aanvraag ziet op activiteiten waarvoor op grond van de Regeling Woningbouwimpuls 2020 of de Regeling specifieke uitkering herstructurering volkshuisvesting al een uitkering is verleend; c. de aanvraag ziet op projecten genoemd in de bijlage bij artikel 2 van de Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 november 2020 houdende vaststelling van regels voor het verstrekken van een eenmalige specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van de huisvesting van kwetsbare doelgroepen (Stcrt. 2020, 58877); d. het bedrag van de aangevraagde uitkering dusdanig hoog is dat de toekenning ervan leidt tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid ; e. toewijzing van de aanvraag wegens onvoorziene omstandigheden niet ten goede zou komen aan projecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid ; of f. toewijzing van de aanvragen volgens de rangschikking zou leiden tot een bovenmatige concentratie van de toewijzingen in een of enkele regio’s.
2 De minister kan een aanvraag voor een specifieke uitkering gedeeltelijk afwijzen, voor zover de volledige toekenning zou leiden tot een overschrijding van het plafond, bedoeld in artikel 3, eerste lid .