Regeling Europese EZ-, LVVN- en KGG-subsidies 2021 Art. 5.2.55
§ 3 Algemene voorschriften voor subsidiabele uitgaven
1 De producentenorganisatie berekent en onderbouwt de loonkosten, bedoeld in artikel 5.2.52, onderdeel a , van de subsidiabele activiteiten aan de hand van uurtarieven op basis van het jaarsalaris van de desbetreffende medewerkers.
2 In het uurtarief, bedoeld in het eerste lid, kan worden opgenomen: a. het contractueel of bij CAO overeengekomen brutoloon; b. een bij contract of CAO overeengekomen niet winstafhankelijke dertiende maand; c. een onregelmatigheidstoeslag; d. een ploegentoeslag; e. het werkgeversdeel sociale verzekeringswetten; f. de voor rekening van de werkgever komende kosten voor de ziektekostenverzekering; g. het werkgeversdeel pensioen en vervroegde uittreding; of h. dotaties aan pensioenvoorzieningen voor zover onderbouwd kan worden dat hier rechtens afdwingbare verplichtingen tegenover staan.
3 Ten behoeve van de berekening van het uurtarief wordt: a. overeenkomstig artikel 23, eerste lid, vierde alinea, van verordening 2022/126 het jaarsalaris gedeeld door 1.720 uren; of b. in geval van een niet volledig gewerkt jaar of medewerkers die werkzaam zijn in deeltijd het in onderdeel a genoemde aantal van 1.720 uren naar rato toegepast.
4 Overwerktoeslagen worden niet het in het uurtarief opgenomen.
Historique des modifications
- In werking sinds 2022-07-23