Regeling op de advocatuur · Regeling op de advocatuur
Regeling op de advocatuur Art. 24Opgave en toerekening van cassatiezaken
Paragraaf 4.3 Cassatie
1 De advocaat doet opgave van de door hem behandelde cassatiezaken bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, van de Verordening .
2 De opgave houdt in: a. de zaaknamen; b. of is opgetreden namens eiser of namens verweerder; c. de ECLI-, rol- of rekestnummers waar het betreft zaken die tot een beoordeling door de Hoge Raad hebben geleid; d. de datum van de adviezen, e. of meer dan een advocaat de zaak heeft behandeld; f. de inhoud van de aan hem verleende vrijstelling, indien van toepassing.
3 Indien de cassatiezaak door twee advocaten is behandeld en beiden hebben een min of meer gelijkwaardige inbreng gehad, kan ieder van de advocaten een halve cassatiezaak opvoeren.
4 Indien een cassatiezaak door meer dan twee advocaten is behandeld, kunnen slechts twee advocaten ieder een halve cassatiezaak opvoeren.