Verordening op de organen voor de Beroepsreglementering Art. 11
Hoofdstuk 3 Het College voor beroepsreglementering
1 Een lid van het College of een subcommissie wordt benoemd op persoonlijke titel en handelt zonder last.
2 Het lidmaatschap van het College of een subcommissie is onverenigbaar met: a. het lidmaatschap van het bestuur; b. het lidmaatschap van het College van Beroep voor het bedrijfsleven; c. het lidmaatschap van de accountantskamer; d. het lidmaatschap van de klachtencommissie; e. het lidmaatschap van de Raad voor geschillen; f. het lidmaatschap van het Belanghebbendenorgaan voor Beroepsreglementering; g. het lidmaatschap van het bestuur van een faculty; h. het lidmaatschap van de Raad voor Toezicht; i. een dienstverband met de beroepsorganisatie; en j. een arbeidsovereenkomst met de beroepsorganisatie of het verrichten van werkzaamheden voor de beroepsorganisatie uit hoofde van een andere overeenkomst.