Wet goed verhuurderschap · Wet goed verhuurderschap
Wet goed verhuurderschap Art. 23
Hoofdstuk 8 Overgangs- en samenloopbepalingen
1 De verplichting tot het schriftelijk vastleggen van de huurovereenkomst, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d , is uitsluitend van toepassing op huurovereenkomsten die worden afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
2 Het schriftelijk verstrekken van informatie aan de huurder, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e , vindt plaats: a. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op het moment waarop de huurovereenkomst wordt aangegaan; b. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van deze wet, verstrekt de verhuurder deze informatie aan de huurder uiterlijk één jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
3 De verplichting tot het afzonderlijk vastleggen van de huurovereenkomst van de arbeidsovereenkomst, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel a , is uitsluitend van toepassing op huurovereenkomsten die worden afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
4 Het schriftelijk verstrekken van informatie aan de huurder, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b , vindt plaats: a. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet op het moment waarop de huurovereenkomst wordt aangegaan; b. voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten voor de inwerkingtreding van deze wet uiterlijk drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
5 Het tijdvak van acht jaar, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a , met betrekking tot de regels van goed verhuurderschap, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 1°, het tijdvak van vier jaar, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel a , vangt aan op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
6 Het tijdvak van acht jaar, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a met betrekking tot een verbod als bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, en de voorwaarden, bedoeld in artikel 7, tweede lid, onderdeel a, onder 4°, vangt aan op het tijdstip waarop het verbod, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b , in werking treedt.
7 In afwijking van het tweede lid geldt dat de informatie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel e, onder 6° , enkel schriftelijk wordt verstrekt aan de huurder voor huurovereenkomsten die zijn afgesloten na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet betaalbare huur.
Historique des modifications
- In werking sinds 2025-02-12