Wet digitale overheid · Wet digitale overheid
Wet digitale overheid Art. 10Regels ten aanzien van gebruik
§ 4.2 Elektronische dienstverlening aan burgers
1 De gebruiker van een toegelaten identificatiemiddel neemt alle nodige maatregelen om misbruik, diefstal, verlies of verspreiding van zijn identificatiemiddel te voorkomen.
2 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het gebruik van publieke identificatiemiddelen en de voorzieningen, bedoeld in artikel 5, eerste lid .