Organisatie- en mandaatbesluit Infrastructuur en Waterstaat Art. 26Mandaat aan en ondermandaat door plaatsvervangend secretaris-generaal
§ 3.1 Mandaat secretaris-generaal en plaatsvervangend secretaris-generaal
1 Aan de plaatsvervangend secretaris-generaal wordt mandaat verleend voor alle bevoegdheden van de bewindspersoon ten aanzien van de bedrijfsvoering van het ministerie, die behoren bij de uitoefening van zijn taken genoemd in artikel 4 , een en ander tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald en onverminderd de artikelen 30 en 32, tweede lid .
2 De plaatsvervangend secretaris-generaal kan de aan hem verleende bevoegdheden in ondermandaat verlenen aan functionarissen, niet zijnde diensthoofden en rechtstreeks onder de diensthoofden ressorterende functionarissen.
Historique des modifications
- In werking sinds 2026-01-07