Besluit mandaat, volmacht en machtiging ambtelijke organisat Art. 3Mandaat, volmacht en machtiging directeuren
Hoofdstuk 2 Mandaat, volmacht en machtiging
Aan de directeuren wordt mandaat, volmacht of machtiging verleend tot:
a. het uitoefenen van integraal management, tenzij in dit besluit anders is bepaald en voor zover dit ziet op de staf van de desbetreffende directeur; b. het nemen van het besluit tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder a , van dit besluit met een diensthoofd of medewerker die rechtstreeks onder de desbetreffende directeur ressorteert; c. het nemen van het besluit tot het overgaan tot het indienen van een verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder d , van dit besluit met een diensthoofd of medewerker die onder de desbetreffende directeur ressorteert; d. het nemen van het besluit tot het indienen van een verzoek om toestemming van het UWV om een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder f , van dit besluit met een diensthoofd of medewerker die rechtsreeks onder de desbetreffende directeur ressorteert, op te zeggen; e. het opleggen van ordemaatregelen of straffen op grond van hoofdstuk 15 van de CAO Rijk; f. het nemen van een besluit op een verzoek om hergebruik van informatie op grond van de Who en openbaarmaking of verstrekking van informatie op grond van de Woo , voor zover de informatie alleen ziet op informatie die ressorteert onder de desbetreffende directeur en geen informatie van het presidium bevat; g. de formele afhandeling van verzoeken op grond van de AVG, voor zover de informatie alleen ziet op informatie die ressorteert onder de desbetreffende directeur; h. het uitoefenen van de navolgende rechtshandelingen, voor zover dit ziet op onder diens verantwoordelijkheid vallende staf en met inachtneming van de in hoofdstuk 3 genoemde grensbedragen: i. het afsluiten van koop-, huur- of leaseovereenkomsten; ii. het verlenen van opdrachten voor het aannemen van werk;