Beleidsregel toetsing erkenningen aan de Wet bevordering int Art. 2Toepassingsbereik bij aanvraag om een erkenning of reeds verleende erkenning
Hoofdstuk 2 Publiekrechtelijke beschikkingen
1 De RDW kan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien bij de aanvrager of erkenninghouder: a. Sprake is van een nieuwe vestiging of van een inrichting van het bedrijf; b. Sprake is van een overname van een erkenning of toetreding van een bestuurder tot het bedrijf; c. Sprake is van de aanvraag van een extra erkenning door het bedrijf; d. Een voorafgaande aanvraag door de aanvrager is ingetrokken na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets; e. Een voorafgaande aanvraag na aankondiging of uitvoering van een Bibob-toets is geweigerd of buiten behandeling is gesteld; f. Op basis van gegevens uit open en/of gesloten bronnen; g. Op grond van: – informatie die bij de RDW bekend is; – informatie verkregen van het Bureau, zoals een tip als bedoeld in artikel 11a van de wet ; – informatie verkregen op grond van artikel 26 van de wet ; – overige signalen; – gedragingen van de aanvrager of houder van een erkenning; – betrokkenheid van de aanvrager of houder van een erkenning bij milieucriminaliteit, opiumwetfeiten, witwassen en/of mensenhandel.
2 De RDW kan voorts uitvoering geven aan een Bibob-toets indien sprake is van de volgende kenmerken van de aanvrager of houder van een erkenning of de omgeving waarbinnen hij zijn activiteiten verricht: a. onduidelijke eigendom van in gebruik genomen panden, gronden en bedrijfsmiddelen; b. samenwerking met bedrijven of personen met een vermoedelijk criminele achtergrond.