Verdrag betreffende de status van staatlozen · Verdrag betreffende de status van staatlozen
Verdrag betreffende de status van staatlozen Art. 8Vrijstelling van buitengewone maatregelen
HOOFDSTUK I Algemene bepalingen
De Verdragsluitende Staten zullen de buitengewone maatregelen welke kunnen worden genomen tegen de persoon, de goederen of de belangen van onderdanen of vroegere onderdanen van een vreemde Staat, niet op een staatloze toepassen enkel op grond van het feit, dat hij vroeger de nationaliteit van de betreffende vreemde Staat heeft bezeten. De Verdragsluitende Staten die krachtens hun wetgeving niet het in dit artikel neergelegde algemene beginsel kunnen toepassen, zullen in de daarvoor in aanmerking komende gevallen vrijstelling ten gunste van zodanige staatlozen verlenen.