Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie Art. 2
1 De gegevens over alle kwantitatieve beperkingen krachtens bilaterale overeenkomsten die op grond van artikel 4 worden toegepast of die op grond van artikel 7 of 8 van de MVO zijn medegedeeld en die van kracht zijn op de dag vóór de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst, worden door de Leden die deze beperkingen handhaven binnen 60 dagen na deze inwerkingtreding medegedeeld aan het Orgaan Supervisie Textielprodukten (hierna „OST” genoemd) dat bij artikel 8 is ingesteld. Onder meer moeten het niveau van de beperkingen, de groeipercentages en de flexibiliteitsbepalingen worden medegedeeld. De Leden komen overeen dat alle beperkingen tussen de Partijen bij de GATT 1947 die van kracht zijn op de dag vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, onder het bepaalde in deze Overeenkomst vallen.
2 Het OST doet deze gegevens, ter informatie, aan alle Leden toekomen die hierover, binnen 60 dagen na toezending, bij het OST alle op- en aanmerkingen kunnen maken die zij nuttig achten. Deze op- of aanmerkingen worden, ter informatie, aan alle Leden medegedeeld. Het OST kan, indien het dit nuttig acht, de betrokken Leden aanbevelingen doen.
3 Wanneer de twaalfmaandelijkse toepassingsperiode van de beperkingen die op grond van lid 1 worden medegedeeld, niet samenvalt met de periode van twaalf maanden die onmiddellijk aan de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst voorafgaat, dienen de betrokken Leden, met het oog op de toepassing van dit artikel, in onderling overleg regelingen te treffen om de toepassingsperiode van de beperkingen en het toepassingsjaar van de Overeenkomst 1) Het toepassingsjaar van de Overeenkomst is de periode van twaalf maanden die op de dag van inwerkingtreding van deze overeenkomst aanvangt en vervolgens steeds twaalf maanden later. met elkaar in overeenstemming te brengen, en om de theoretische basisniveaus voor deze beperkingen vast te stellen. De betrokken Leden komen overeen op verzoek onmiddellijk overleg te plegen ten einde zulke regelingen te treffen. Hierbij dient, onder meer, rekening te worden gehouden met de seizoenstructuur van de leveranties in de laatste jaren. De resultaten van dit overleg worden het OST medegedeeld, die de betrokken Leden de aanbevelingen doet die het dienstig acht.
4 De op grond van lid 1 medegedeelde beperkingen worden geacht het totaal te zijn van dit soort beperkingen die door de respectieve Leden worden toegepast op de dag vóór de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst. Tenzij in deze Overeenkomst of in de GATT 1994 anders bepaald, worden er geen nieuwe beperkingen ten aanzien van produkten of Leden ingevoerd. 1) De desbetreffende bepalingen van de GATT 1994 omvatten niet artikel XIX wat betreft produkten die nog niet in de GATT 1994 zijn geïntegreerd, tenzij in lid 3 van de Bijlage anders is bepaald. Beperkingen die binnen 60 dagen na de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst niet zijn medegedeeld, komen onmiddellijk te vervallen.
5 Unilaterale maatregelen die op grond van artikel 3 van de MVO zijn genomen vóór de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst mogen van kracht blijven voor de daarin vermelde duur, die echter niet meer dan 12 maanden mag bedragen, indien deze door het bij de MVO opgerichte Orgaan voor Toezicht op Textielprodukten (in deze Overeenkomst „OTT” genoemd) zijn onderzocht. Mocht het OTT niet in de gelegenheid zijn geweest dergelijke unilaterale maatregelen te onderzoeken, dan worden deze door de OST onderzocht overeenkomstig de regels en procedures die gelden voor maatregelen die op grond van artikel 3 van de MVO zijn genomen. Maatregelen die op grond van artikel 4 van de MVO vóór de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst zijn toegepast en waarover een geschil bestaat dat het OTT niet heeft kunnen onderzoeken, worden ook door het OST onderzocht overeenkomstig de daarvoor geldende MVO-regels en -procedures.
6 Op de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst integreert ieder Lid in de GATT 1994 de produkten die ten minste 16% uitmaakten van de totale hoeveelheid van de in de bijlage genoemde produkten (per GS-post of -categorie) die het in 1990 heeft ingevoerd. De te integreren produkten omvatten produkten uit elk van de volgende vier groepen: tops en garens, weefsels, geconfectionneerde artikelen en kledingartikelen.
7 Volledige gegevens over de op grond van lid 6 te nemen maatregelen, worden door de betrokken Leden als volgt medegedeeld: a. Leden die op grond van lid 1 beperkingen handhaven, verbinden zich ertoe, ongeacht de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst, deze gegevens het Secretariaat van de GATT uiterlijk mede te delen op de datum vastgesteld bij het Ministeriële Besluit van 15 april 1994. Het Secretariaat van het GATT geeft deze gegevens, ter informatie, aan de andere deelnemers door. Deze gegevens zullen het OST, zodra het is ingesteld, beschikbaar worden gesteld voor de in lid 21 genoemde doeleinden. b. Leden die, op grond van artikel 6, lid 1, het recht hebben behouden van artikel 6 gebruik te maken delen deze gegevens aan het OST mede binnen de 60 dagen na de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst of, wat de Leden betreft waarop artikel 1, lid 3, van toepassing is, ten laatste aan het einde van de twaalfde maand dat deze Overeenkomst van kracht is. Het OST deelt deze gegevens, ter informatie, aan de andere Leden mede en onderzoekt ze als in lid 21 is aangegeven.
8 De overige produkten, dat wil zeggen de produkten die niet op grond van lid 6 hierboven in de GATT 1994 zijn geïntegreerd, worden, per GS-post of -categorie, in drie fasen, als volgt, geïntegreerd: a. Op de eerste dag van de 37e maand dat de WTO-Overeenkomst van kracht is, de produkten die ten minste 17% uitmaakten van de totale hoeveelheid van de in de Bijlage genoemde produkten dat het Lid in 1990 heeft ingevoerd. De door de Leden te integreren produkten omvatten produkten uit elk van de volgende vier groepen: tops en garens, weefsels, geconfectionneerde artikelen en kledingartikelen. b. Op de eerste dag van de 85e maand dat de WTO-Overeenkomst van kracht is, de produkten die ten minste 18% uitmaakten van de totale hoeveelheid van de in de Bijlage genoemde produkten dat het Lid in 1990 heeft ingevoerd. De door de Leden te integreren produkten omvatten produkten uit elk van de volgende vier groepen: tops en garens, weefsels, geconfectionneerde artikelen en kledingartikelen. c. Op de eerste dag van de 121e maand dat de WTO-Overeenkomst van kracht is, is de textiel- en kledingsector geheel in de GATT 1994 geïntegreerd, daar alle beperkingen op grond van deze Overeenkomst dan zullen zijn opgeheven.
9 Leden die, op grond van artikel 6, lid 1, hun voornemen bekend hebben gemaakt af te zien van het recht gebruik te maken van het bepaalde in artikel 6, worden, voor de toepassing van deze Overeenkomst, beschouwd hun textiel- en kledingprodukten in de GATT 1994 te hebben geïntegreerd. Deze Leden zijn vrijgesteld van de verplichting het bepaalde in de leden 6 tot en met 8 en 11 in acht te nemen.
10 Geen enkele bepaling in deze Overeenkomst vormt een belemmering voor een Lid dat op grond van de leden 6 of 8 een integratieprogramma heeft voorgelegd produkten eerder in de GATT 1994 te integreren dan in een dergelijk programma voorzien. Een dergelijke integratie van produkten wordt van kracht aan het begin van een toepassingsjaar van de overeenkomst, en bijzonderheden hierover worden ten minste drie maanden van tevoren aan het OST medegedeeld, dat deze aan alle Leden doorgeeft.
11 Bijzonderheden over de overeenkomstig lid 8 opgestelde integratieprogramma's worden ten minste 12 maanden voor hun inwerkingtreding medegedeeld aan het OST, dat deze aan alle Leden doorgeeft.
12 De basisniveaus van de beperkingen die op de in lid 8 bedoelde overige produkten van toepassing zijn, zijn de in lid 1 bedoelde beperkingsniveaus.
13 Gedurende de eerste fase van deze Overeenkomst (vanaf de datum van inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst tot en met de 36e maand dat deze van kracht is) wordt het niveau van elke beperking die op grond van bilaterale MVO-overeenkomsten van toepassing was in de periode van twaalf maanden voorafgaande aan de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst jaarlijks verhoogd met ten minste het groeipercentage dat voor de verschillende beperkingen is vastgesteld, vermeerderd met 16%.
14 Tenzij de Raad voor de Handel in Goederen of het Orgaan Geschillenbeslechting op grond van artikel 8, lid 12, anders besluit, wordt het niveau van de overige beperkingen, in de daaropvolgende fasen van deze Overeenkomst elk jaar ten minste als volgt verhoogd: a. in de tweede fase (van de 37e tot en met de 84e maand dat de WTO-Overeenkomst van kracht is), het groeipercentage voor de verschillende beperkingen in de eerste fase, vermeerderd met 25%; b. in de derde fase (van de 85e tot en met de 120e maand dat de WTO-Overeenkomst van kracht is), het groeipercentage voor de verschillende beperkingen in de tweede fase, vermeerderd met 27%.
15 Geen enkele bepaling in deze Overeenkomst vormt een belemmering voor een Lid, in de overgangsperiode en met ingang van het begin van een toepassingsjaar van de overeenkomst, beperkingen op te heffen die op grond van dit artikel zijn gehandhaafd, mits het betrokken exporterende Lid en het OST ten minste drie maanden voordat deze opheffing in werking treedt daarvan in kennis worden gesteld. De periode van voorafgaande kennisgeving kan, met de toestemming van het Lid waarop de beperking van toepassing is, tot 30 dagen worden ingekort. Het OST geeft deze kennisgevingen aan alle Leden door. Wordt de opheffing van beperkingen, overeenkomstig dit lid, overwogen, dan houdt het betrokken Lid rekening met de behandeling van soortgelijke export uit andere Leden.
16 Voor alle beperkingen die op grond van dit artikel van kracht zijn gelden dezelfde flexibiliteitsbepalingen inzake overboeking, overdracht en vervroegde benutting als die welke, op grond van de bilaterale MVO-overeenkomsten, gelden in de periode van twaalf maanden die aan de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst voorafgaat. Op de gecombineerde mogelijkheden van overboeking, overdracht en vervroegde benutting worden geen kwantitatieve beperkingen ingesteld of gehandhaafd.
17 Administratieve regelingen die met het oog op de uitvoering van enige bepaling in dit artikel noodzakelijk worden geacht, worden tussen de betrokken Leden overeengekomen en aan het OST medegedeeld.
18 Bij de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst en tijdens de looptijd van deze Overeenkomst krijgen Leden, op de export waarvan, op de dag vóór de inwerkingtreding van de WTO-Overeenkomst, beperkingen van toepassing zijn die 1,2% of minder uitmaken van het totale volume van de beperkingen die door een importerend Lid per 31 december 1991 werd toegepast en op grond van dit artikel medegedeeld, duidelijk betere toegangsmogelijkheden voor hun export, door de in de leden 13 en 14 bedoelde groeipercentages met één fase te vervroegen, of door in onderling overleg ten minste gelijkwaardige wijzigingen overeen te komen ten aanzien van een andere samenstelling van basisniveaus, groeipercentages en flexibiliteitsbepalingen. Deze betere toegangsmogelijkheden worden het OST medegedeeld.
19 Voert een Lid, tijdens de looptijd van deze Overeenkomst, op grond van artikel XIX van de GATT 1994, een vrijwaringsmaatregel in ten aanzien van een bepaald produkt tijdens het jaar dat onmiddellijk volgt op de integratie van dat produkt in de GATT 1994 overeenkomstig het bepaalde in dit artikel, dan is artikel XIX van toepassing, zoals geïnterpreteerd in de Overeenkomst inzake vrijwaring, behoudens het bepaalde in lid 20.
20 Wordt een dergelijke maatregel door middel van niet-tarifaire middelen toegepast, dan past het betrokken importerende Lid de maatregel toe op de in lid 2, onder d. van artikel XIII van de GATT 1994 omschreven wijze op verzoek van elk exporterend Lid, op de export waarvan van het betrokken produkt, op grond van deze Overeenkomst, op een bepaald tijdstip tijdens het onmiddellijk aan de invoering van de vrijwaringsmaatregel voorafgaande jaar beperkingen van toepassing waren. Het betrokken exporterende Lid beheert deze maatregel. Het toe te passen niveau doet de betrokken export niet dalen tot onder het niveau van een recente representatieve periode die normalerwijze het gemiddelde is van de export van het betrokken Lid in de laatste drie representatieve jaren waarover statistieken beschikbaar zijn. Wanneer de vrijwaringsmaatregel langer dan een jaar wordt toegepast, wordt het toe te passen niveau in de toepassingsperiode met regelmatige tussenpozen geleidelijk geliberaliseerd. In dergelijke gevallen maakt het betrokken exporterende Lid geen gebruik van zijn recht vrijwel equivalente concessies of andere verplichtingen te schorsen, zoals voorzien in lid 3, onder a. van artikel XIX van de GATT 1994.
21 Het OST ziet toe op de uitvoering van dit artikel. Op verzoek van een Lid zal het elke kwestie in verband met de toepassing van dit artikel onderzoeken. Het deelt binnen de 30 dagen de nodige aanbevelingen of constateringen aan het betrokken Lid of de betrokken Leden mede, na deze(n) tot deelname aan de werkzaamheden te hebben uitgenodigd.