Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijn Art. 4Verplichtingen van de Partijen die landen in Afrika zijn
1 Overeenkomstig hun onderscheiden mogelijkheden, verplichten de Partijen die landen in Afrika zijn zich ertoe: a. het bestrijden van woestijnvorming en/of het inperken van de gevolgen van droogte te kiezen als centrale strategie in hun inspanningen gericht op armoedebestrijding; b. regionale samenwerking en integratie, in een geest van solidariteit en partnerschap gebaseerd op wederzijds belang, in programma's en activiteiten gericht op het bestrijden van woestijnvorming en/of het inperken van de gevolgen van droogte, te bevorderen; c. de bestaande instellingen die zich met woestijnvorming en droogte bezighouden, te rationaliseren en te versterken en andere bestaande instellingen, voor zover van toepassing, daarbij te betrekken, teneinde deze doeltreffender te maken en te zorgen voor een efficiënt gebruik van de middelen; d. de onderlinge uitwisseling van informatie over geschikte technologie, kennis, know-how en werkwijzen te bevorderen; en e. rampenplannen tot stand te brengen, gericht op het inperken van de gevolgen van droogte in gebieden die zijn aangetast door woestijnvorming en/of droogte.
2 Overeenkomstig de algemene en specifieke verplichtingen genoemd in de artikelen 4 en 5 van het Verdrag, streven de Partijen die landen in Afrika zijn ernaar: a. de nodige financiën uit hun nationale begrotingen te reserveren, overeenkomstig de nationale omstandigheden en mogelijkheden waaruit de nieuwe prioriteit blijkt die Afrika heeft toegekend aan het verschijnsel woestijnvorming en/of droogte; b. gaande zijnde hervormingen in de richting van verdergaande decentralisatie en beschikkingsrecht m.b.t. middelen te steunen en te stimuleren, alsmede de participatie van plaatselijke bevolkingsgroepen en gemeenschappen te versterken; en c. nieuwe en aanvullende nationale financiële middelen te zoeken en beschikbaar te (doen) stellen en, als prioriteit, bestaande nationale mogelijkheden en faciliteiten om binnenlandse financiële middelen beschikbaar te (doen) stellen uit te breiden.