Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Art. 1Begripsomschrijvingen
HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN
In dit Verdrag wordt verstaan onder:
a. „bevoegde overheden”: wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, de minister die bevoegd is voor de Waterstaat, en wat het Vlaams Gewest betreft, de minister die bevoegd is voor de Openbare Werken; b. „afvoer”: gemiddelde afvoer per etmaal; c. „Maasafvoer”: de som van de afvoer van de Maas te Maastricht/St.-Pieter en het debiet in het Albertkanaal te Kanne; d. „Gemeenschappelijke Maas”: de rivier de Maas tussen Borgharen/Smeermaas (grenspaal 106) en Stevensweert/Kessenich (grenspaal 126); e. „Nederlands gebruik”: de voeding van de Zuid-Willemsvaart via Lozen en van het Julianakanaal; en f. „Vlaams gebruik”: de voeding van het gedeelte van het Albertkanaal gelegen in het Vlaams Gewest en van de Kempense kanalen.