Protocol, opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag Art. 7
1 Elke Lid-Staat die Hoge Overeenkomstsluitende Partij is, kan wijzigingen in het Protocol voorstellen. Elk wijzigingsvoorstel wordt aan de depositaris toegezonden, die het aan de Raad mededeelt.
2 De wijzigingen worden vastgesteld door de Raad, die de aanneming daarvan door de Lid-Staten, overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen, aanbeveelt.
3 De aldus vastgestelde wijzigingen treden in werking volgens de bepalingen van artikel 4.