Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht Art. 151Onderhandelingen
TITEL IV OVERHEIDSOPDRACHTEN
1 Een partij kan bepalen dat haar instanties onderhandelingen kunnen voeren: a. in het kader van aanbestedingen waarbij zij die intentie te kennen hebben gegeven; of b. indien bij beoordeling blijkt dat geen van de inschrijvingen duidelijk het voordeligst is volgens de in de aankondigingen of in de aanbestedingsstukken vermelde specifieke beoordelingscriteria.
2 De onderhandelingen dienen in hoofdzaak om de sterke en de zwakke punten van inschrijvingen aan het licht te brengen.
3 De instanties maken bij de onderhandelingen geen discriminerend onderscheid tussen de verschillende inschrijvers. Met name zien zij erop toe dat: a. een eventuele uitschakeling van deelnemers steeds verloopt volgens de in de aankondigingen of de aanbestedingsstukken vermelde criteria; b. elke wijziging van de criteria of de technische vereisten schriftelijk aan alle overblijvende deelnemers aan de onderhandelingen wordt medegedeeld; c. alle overblijvende deelnemers binnen een zelfde termijn de gelegenheid krijgen nieuwe of gewijzigde inschrijvingen in te dienen op grond van de gewijzigde vereisten en/of wanneer de onderhandelingen zijn afgesloten.