Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inza Art. 30Hulppersonen – Totaal bedrag van de schadevergoeding
HOOFDSTUK III AANSPRAKELIJKHEID VAN DE VERVOERDER EN OMVANG VAN DE VERGOEDING VAN DE SCHADE
1 Indien een geding wordt aanhangig gemaakt tegen een hulppersoon van de vervoerder ter zake van schade als bedoeld in dit Verdrag, kan deze hulppersoon, indien hij bewijst dat hij heeft gehandeld in de uitoefening van zijn dienstbetrekking, zich beroepen op de voorwaarden en de aansprakelijkheidsgrenzen die de vervoerder zelf kan inroepen uit hoofde van dit Verdrag.
2 Het totaalbedrag van de schadevergoeding die in dat geval kan worden verkregen van de vervoerder en van zijn hulppersonen, mag de genoemde grenzen niet overschrijden.
3 Behoudens voor het vervoer van goederen zijn de bepalingen van het eerste en tweede lid van dit artikel niet van toepassing indien wordt bewezen dat de schade het gevolg is van een handeling of nalaten van de hulppersoon die plaatsvond hetzij met de bedoeling schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met de wetenschap dat schade waarschijnlijk het gevolg zou zijn.