Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden Art. 19
TITEL II
De Partijen verplichten zich ertoe de in dit Kaderverdrag vervatte beginselen te eerbiedigen en toe te passen met, waar nodig, slechts die beperkingen, restricties of afwijkingen die zijn voorzien in internationale juridische akten, met name het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, voor zover deze van belang zijn voor de uit genoemde beginselen voortvloeiende rechten en vrijheden.