Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie · Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie
Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie Art. 35Schadeloosstelling
HOOFDSTUK III STRAFBAARSTELLING EN RECHTSHANDHAVING
Elke Staat die partij is, neemt de maatregelen die nodig kunnen zijn, overeenkomstig de beginselen van zijn nationale recht, om te waarborgen dat entiteiten of personen die schade hebben geleden als gevolg van een corrupte handeling, het recht hebben rechtsvorderingen in te stellen tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor die schade teneinde schadeloosstelling te verkrijgen.