Tweede Protocol bij het Haags Verdrag van 1954 inzake de bes Art. 19Wederzijdse rechtshulp
HOOFDSTUK 4 STRAFRECHTELIJKE AANSPRAKELIJKHEID EN RECHTSMACHT
1 De Partijen verlenen elkaar de ruimst mogelijke rechtshulp met betrekking tot onderzoeken, bij strafzaken en bij uitleveringsprocedures ten aanzien van de in artikel 15 omschreven strafbare feiten, met inbegrip van rechtshulp ter verkrijging van bewijs in hun bezit dat nodig is voor de procedure.
2 De Partijen komen hun verplichtingen uit hoofde van het eerste lid na in overeenstemming met de verdragen en regelingen inzake wederzijdse rechtshulp die tussen hen bestaan. Indien dergelijke verdragen of regelingen ontbreken, verlenen de Partijen elkaar rechtshulp overeenkomstig hun nationale recht.