Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch Art. 4
Iedere Partij verplicht zich ertoe maatregelen te nemen voor de fysieke bescherming van het archeologische erfgoed door, naar gelang de omstandigheden, zorg te dragen voor:
i. de verwerving, of de bescherming door middel van andere passende middelen, door de overheid van gebieden bestemd om archeologische reservaten te vormen; ii. de conservering en instandhouding van het archeologische erfgoed, bij voorkeur in situ; iii. de inrichting van passende bewaarplaatsen voor archeologische overblijfselen die van de oorspronkelijke vindplaats zijn verwijderd.