Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Ko Art. 5
DE UITVOERING VAN DE BIJSTANDSVERLENING
1 De commandant van een bijstandseenheid staat onder het gezag van de autoriteit die op de plaats van de ramp voor de bestrijding verantwoordelijk is.
2 Instructies voor een bijstandseenheid worden uitsluitend gegeven aan de commandant van die eenheid. Deze is verantwoordelijk voor de wijze, waarop de eenheid de instructies uitvoert.
3 De autoriteit, die op de plaats van de ramp voor de bestrijding verantwoordelijk is, verleent de eenheid alle noodzakelijke bescherming en hulp.