Overeenkomst inzake de regels voor het vervoer van bevroren Art. 3
EXPLOITATIEVOORWAARDEN
De thermostaat dient te zijn afgesteld op tenminste 5°C beneden de maximale transporttemperatuur van het meest veeleisende produkt van de lading;
het koelaggregaat dient een permanente ventilatie te verzekeren;
ieder direct contact tussen de lading en de dunne zijwanden dient te worden vermeden door toepassing van adequate vaste of beweegbare voorzieningen;
het vervoermiddel dient op een zodanige wijze geladen te zijn, dat de lucht voornamelijk rondom de totale lading, welke zo compact mogelijk dient te zijn, circuleert.