Overeenkomst inzake samenwerking bij de bestrijding van vero Art. 3
1 De Overeenkomstsluitende Partijen zijn van oordeel dat de aangelegenheden bedoeld in artikel 1 van deze Overeenkomst een actieve onderlinge samenwerking nodig maken.
2 De Overeenkomstsluitende Partijen werken gezamenlijk richtlijnen uit, en stellen deze vast, met betrekking tot de praktische, operationele en technische aspecten van een gezamenlijk optreden en gecoördineerde toezichtactiviteiten zoals bedoeld in artikel 6A.
Historique des modifications
- In werking sinds 1994-04-01