Internationaal Verdrag inzake hulpverlening, 1989 Art. 10Plicht tot hulpverlening
HOOFDSTUK II UITVOERING VAN DE HULPVERLENING
1 Iedere kapitein is verplicht, voor zover hij dit kan doen zonder ernstig gevaar voor zijn schip en de opvarenden, hulp te verlenen aan een ieder die op zee in levensgevaar verkeert.
2 De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag nemen de maatregelen die nodig zijn voor de naleving van de in het eerste lid bedoelde verplichting.
3 De eigenaar van het schip is niet aansprakelijk voor de schending door de kapitein van de in het eerste lid bedoelde verplichting.