Protocol betreffende speciaal beschermde gebieden en wilde d Art. 22Institutionele regelingen
1 Elke Partij wijst een Centraal Punt aan om contacten met de Organisatie te onderhouden over de technische aspecten van de toepassing van dit Protocol.
2 De Partijen wijzen de Organisatie aan om de volgende secretariaatswerkzaamheden te verrichten: a. het beleggen en verzorgen van de vergaderingen van de Partijen; b. het verlenen van bijstand bij het werven van fondsen als bedoeld in artikel 24 ; c. het verlenen van bijstand aan de Partijen en de Wetenschappelijke en Technische Raadgevende Commissie in samenwerking met de bevoegde internationale, intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties bij: - het bevorderen van programma's voor technisch en wetenschappelijk onderzoek als bedoeld in artikel 17 ; - het bevorderen van de uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie tussen de Partijen als bedoeld in artikel 16 ; - het opstellen van aanbevelingen voor gemeenschappelijke richtlijnen en criteria overeenkomstig artikel 21 ; - het opstellen, indien gewenst, van beheersplannen voor beschermde gebieden en soorten overeenkomstig, onderscheidenlijk, de artikelen 6 en 10 ; - het ontwikkelen van samenwerkingsprogramma's overeenkomstig de artikelen 7 en 11 ; - het opstellen, indien gewenst, van evaluaties van milieu-effecten overeenkomstig artikel 13 ; - het samenstellen van vormingsmateriaal bestemd voor verschillende door de Partijen vastgestelde doelgroepen; - het repatriëren van illegaal uitgevoerde wilde dier- en plantesoorten en delen of produkten daarvan; d. het opstellen van gemeenschappelijke modellen die voor Partijen als uitgangspunt dienen bij het doen toekomen van kennisgevingen en verslagen aan de Organisatie als bedoeld in artikel 19 ; e. het bijhouden en bijwerken van gegevensbanken van beschermde gebieden en soorten die de in de artikelen 7 en 11 bedoelde gegevens bevatten, alsmede het periodiek uitgeven van bijgewerkte gidsen van beschermde gebieden en soorten; f. het samenstellen van gidsen, verslagen en technische studies die nodig kunnen zijn voor de toepassing van dit Protocol; g. het samenwerken en coördineren met regionale en internationale organisaties die zich bezighouden met de bescherming van gebieden en soorten; en h. het vervullen van andere door de Partijen aan de Organisatie opgedragen taken.