Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee Art. 17Regels, voorschriften en procedures van de Autoriteit
1 De Autoriteit neemt overeenkomstig artikel 160, tweede lid, letter f, onder (ii), en artikel 162, tweede lid, letter o, onder (ii), regels, voorschriften en procedures aan en past deze eenvormig toe, ter uitoefening van haar taken zoals vervat in Deel XI inzake onder meer de onderstaande aangelegenheden: a. administratieve procedures betreffende prospectie, exploratie en exploitatie in het Gebied; b. werkzaamheden: (i) omvang van gebied; (ii) duur van de werkzaamheden; (iii) vereisten inzake prestatienormen, met inbegrip van de verzekeringen ingevolge artikel 4, zesde lid, letter c, van deze Bijlage; (iv) categorieën rijkdommen; (v) het afstand doen van gebieden; (vi) verslagen over voortgang der werkzaamheden; (vii) overlegging van gegevens; (viii) inspectie en controle van werkzaamheden; (ix) het voorkomen van hinder voor andere werkzaamheden in het mariene milieu; (x) overdracht van rechten en verplichtingen door een contractant; (xi) procedures voor de overdracht van technologie aan ontwikkelingsstaten overeenkomstig artikel 144 en voor rechtstreekse deelneming door deze Staten; (xii) normen en gebruiken voor de diepzeemijnbouw met inbegrip van die betreffende bedrijfsveiligheid, behoud van de rijkdommen en bescherming van het mariene milieu; (xiii) begripsomschrijving van commerciële produktie; (xiv) normen waaraan aanvragers dienen te voldoen; c. financiële aangelegenheden: (i) vaststelling van eenvormige en non-discriminatoire regels voor berekening van de kosten en voor de boekhouding en van de methode van keuze van de accountants; (ii) verdeling van de opbrengsten van de werkzaamheden; (iii) de stimulansen, bedoeld in artikel 13 van deze Bijlage; d. tenuitvoerlegging van ingevolge artikel 151, tiende lid, en artikel 164, tweede lid, letter d, genomen besluiten.
2 De regels, voorschriften en procedures inzake de volgende punten dienen ten volle aan de onderstaande objectieve maatstaven te voldoen: a. Omvang van de gebieden: De Autoriteit bepaalt de passende omvang van de gebieden voor exploratie, die tot tweemaal zo groot kunnen zijn als die voor exploitatie, ten einde intensieve exploratiewerkzaamheden mogelijk te maken. De omvang van het gebied wordt zo berekend, dat wordt voldaan aan de vereisten van artikel 8 van deze Bijlage inzake de reservering van gebieden, alsmede aan gestelde produktienormen verenigbaar met artikel 151 overeenkomstig de voorwaarden van het contract, met inachtneming van de stand van de technologie die dan beschikbaar is voor diepzeemijnbouw en de desbetreffende fysische kenmerken van de gebieden. De gebieden mogen niet kleiner of groter zijn dan nodig is om aan dit doel te beantwoorden. b. Duur van de werkzaamheden: (i) Voor prospectie wordt geen termijn gesteld; (ii) De exploratiefase dient lang genoeg te zijn om een grondig onderzoek van het desbetreffende gebied, het ontwerp en de constructie van de mijnbouwuitrusting voor het gebied en het ontwerp en de constructie van kleine en middelgrote installaties voor be- en verwerking met het oog op de beproeving van diepzeemijnbouw- en be- en verwerkingssystemen mogelijk te maken; (iii) De duur van de exploitatie dient samen te hangen met de economische levensduur van het mijnbouwproject, met inachtneming van factoren zoals de uitputting van het erts, de nuttige levensduur van diepzeemijnbouwuitrustingen installaties voor be- en verwerking en de commerciële levensvatbaarheid. De exploitatiefase dient lang genoeg te zijn om commerciële winning van delfstoffen uit het gebied mogelijk te maken en dient een redelijke termijn te omvatten voor de constructie van systemen voor diepzeemijnbouw en be- en verwerking op commerciële schaal, tijdens welke termijn commerciële produktie niet vereist is. De totale duur van de exploitatie dient echter ook kort genoeg te zijn om de Autoriteit een mogelijkheid te bieden de voorwaarden en bedingen van het werkplan te wijzigen op het tijdstip waarop zij verlenging overweegt overeenkomstig de regels, voorschriften en procedures die zij na goedkeuring van het werkplan heeft aanvaard. c. Prestatienormen: De Autoriteit dient te eisen dat tijdens de exploratiefase door de exploitant periodieke uitgaven worden verricht die in redelijke overeenstemming zijn met de omvang van het door het werkplan bestreken gebied en de uitgaven die verwacht kunnen worden van een bona fide exploitant die voornemens is het gebied in commerciële produktie te nemen binnen de door de Autoriteit vastgestelde termijnen. De vereiste uitgaven mogen niet worden vastgesteld op een niveau dat mogelijke exploitanten met minder kostbare technologie dan gewoonlijk in gebruik is zou afschrikken. De Autoriteit stelt een maximum tussenpoos vast, nadat de exploratiefase is voltooid en de exploitatiefase begint, om te komen tot commerciële produktie. Bij de bepaling van deze tussenpoos dient de Autoriteit te bedenken, dat de constructie van omvangrijke diepzeemijnbouw- en be- en verwerkingssystemen niet kan worden aangevangen dan na de beëindiging van de exploratiefase en de aanvang van de exploitatiefase. De tussenpoos voor het in commerciële produktie nemen van een gebied dient derhalve mede te zijn gebaseerd op de tijdsduur die voor deze constructie nodig is na de voltooiing van de exploratiefase; voorts dienen redelijke termijnen te worden aangehouden voor de onvermijdelijke vertragingen in het tijdschema van constructie. Wanneer de commerciële produktie is bereikt, verlangt de Autoriteit dat de exploitant, binnen redelijke grenzen en met inachtneming van alle desbetreffende factoren, gedurende het gehele tijdvak van het werkplan de commerciële produktie handhaaft. d. Categorieën rijkdommen: Bij de bepaling van de categorieën rijkdommen met betrekking waartoe een werkplan kan worden goedgekeurd, baseert de Autoriteit zich onder meer op de volgende feiten: (i) dat voor bepaalde rijkdommen het gebruik van soortgelijke mijnbouwmethoden vereist is; en (ii) dat sommige rijkdommen tegelijkertijd kunnen worden ontgonnen, zonder nodeloze onderlinge hinder voor exploitanten die verschillende rijkdommen in hetzelfde gebied ontginnen. Niets in deze letter belet de Autoriteit een werkplan goed te keuren met betrekking tot meer dan een categorie rijkdommen in hetzelfde gebied voor dezelfde aanvrager. e. Het afstand doen van gebieden: De exploitant heeft het recht te allen tijde zonder sanctie afstand te doen van al zijn rechten of van een deel daarvan in het door een werkplan bestreken gebied. f. Bescherming van het mariene milieu: Er worden regels, voorschriften en procedures opgesteld ter verzekering van de doeltreffende bescherming van het mariene milieu tegen schadelijke gevolgen die rechtstreeks voortvloeien uit werkzaamheden in het Gebied of uit be- en verwerking aan boord van een schip direct boven een mijngebied, van uit dat mijngebied gewonnen delfstoffen, met inachtneming van de mate waarin zulke schadelijke gevolgen rechtstreeks kunnen voortvloeien uit het boren, het baggeren, het verrichten van kernboringen (voor het nemen van monsters) en het uitgraven en uit het vrijkomen, storten en lozen in het mariene milieu van sediment, afval of andere afvalvloeistoffen. g. Commerciële produktie: De commerciële produktie wordt geacht te zijn aangevangen indien een exploitant zich bezig houdt met voortdurende grootscheepse winningswerkzaamheden die een hoeveelheid materiaal opleveren die voldoende is om duidelijk aan te geven dat het hoofddoel veeleer grootscheepse produktie is dan produktie, bedoeld voor de vergaring van informatie, analyse of de beproeving van uitrusting of installaties.