Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen de Reger Art. VII
(1) Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt de eerlijke en billijke behandeling van de investeringen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en belemmert niet door ongerechtvaardigde of discriminatoire maatregelen het beheer, de instandhouding, het gebruik en het genot daarvan, of de beschikking daarover door die onderdanen.
(2) Met name kent elke Overeenkomstsluitende Partij aan zodanige investeringen dezelfde zekerheid en bescherming toe als zij toekent aan die van haar eigen onderdanen of aan die van onderdanen van derde landen, indien deze laatste behandeling voor die investeerder gunstiger is.