Verdrag betreffende betaald scholings- en vormingsverlof Art. 11
Voor het vaststellen van het recht op sociale uitkeringen en van andere uit de arbeidsverhouding voortvloeiende rechten wordt de periode van betaald scholings- en vormingsverlof gelijkgesteld met een periode van verrichte arbeid, overeenkomstig het bepaalde in de nationale wetgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten, arbitrale uitspraken of op iedere andere wijze overeenkomstig nationale gebruiken.