Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbinteni Art. 30
TITEL III SLOTBEPALINGEN
1 Dit Verdrag heeft een looptijd van tien jaar, te rekenen vanaf het tijdstip waarop het overeenkomstig artikel 29, eerste lid, in werking treedt; het voorgaande geldt ook voor de Staten waarvoor dit Verdrag op een later tijdstip in werking treedt.
2 Behoudens opzegging wordt het Verdrag stilzwijgend verlengd, telkens voor een tijdvak van 5 jaar.
3 De opzegging wordt ten minste zes maanden voor het verstrijken van de termijn van tien jaar of, al naar het geval van vijf jaar, ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen. Zij kan worden beperkt tot een van de gebieden waarop het Verdrag krachtens artikel 27, tweede lid, van toepassing wordt verklaard.
4 De opzegging geldt slechts ten aanzien van de Staat die haar heeft gedaan. Voor de andere verdragsluitende Staten blijft het Verdrag van kracht.