Verdrag tot oprichting van een Europees Ruimte-Agentschap Art. III
1 Indien hierom door de Raad wordt verzocht, neemt de Directeur-Generaal in de algemene begroting of in de desbetreffende programmabegroting de voor volgende jaren geraamde uitgaven op.
2 Bij het aannemen van de jaarlijkse begrotingen van het Agentschap onderzoekt de Raad opnieuw de omvang der middelen en verricht de nodige aanpassingen met inachtneming van veranderingen in het prijspeil en voor onvoorziene wijzigingen gedurende de uitvoering van de programma’s.